Frankrijk

.

 

Italië

Frankrijk

Groot-Brittanië

Nederland

.

 

.

 

Bretagne

Finistère - Presqu'ile de Crozon

4 - 11 september 2010

 

De koffer is gepakt, de reis kan beginnen. Op naar Bretagne ! Vier jaar geleden hebben we de Smaragdkust bezocht, nu trekken we verder westwaarts naar de Finistère, letterlijk 'het einde van de wereld'. We verblijven op het schiereiland Crozon, meer bepaald in het kustplaatsje Morgat, een ideale uitvalsbasis om het schiereiland of het presqu'ile zoals de Fransen dat zo mooi weten te zeggen, te verkennen. Het schiereiland bestaat uit een serie grillig gevormde inhammen en landtongen en ruige kusten waarop de golven met veel schuim uiteenspatten. We zijn benieuwd.

Hieronder kan je een verslagje lezen of mijn foto's bekijken door te klikken op de fotootjes in het reisverslag.

 

zaterdag 4-9-2010 : het vertrek

Vertrek om 6 uur. We hebben een lange rit van 900 kilometer voor de boeg maar via rustige en goed onderhouden snelwegen is de rit in één dag te overbruggen. Om 6 uur in de late namiddag bereiken we de 'residentie Horizon Morgat' gelegen op 800 meter van zee, strand en haven. Het is schitterend weer. We zijn moe en het uitpakken van de reiskoffers is er nu wel te veel aan. 's Avonds genieten we van welverdiende rust in ons huisje en er worden volop plannen gemaakt voor de volgende dag.

 

zondag 5-9-2010 : Morgat

Volle zon. Al gauw trekken we op verkenning naar het dorp Morgat dat op wandelafstand ligt van de residentie. Er heerst een gezellige drukte. Bij de bakker is het aanschuiven voor een 'baguette parisienne'. Daarmee moeten we het redden vandaag want een supermarktje of kruidenierszaakje is hier nergens te vinden. Langs de kade zijn de oude vissershuizen van weleer omgebouwd tot een aaneenschakeling van visrestaurants, crêperies en hotelletjes. Hierbij valt het mij op dat sommige eigenaren dappere kleuren gekozen hebben bij het schilderen van hun gevel. We wandelen over het mooie, grote aanpalende strand naar de vroegere vissershaven waar nu honderden jachten voor anker liggen. Overal zijn hier kaartjes te koop voor een boottocht naar de grotten die Morgat beroemd hebben gemaakt. Bij eb zijn zelfs enkele grotten te voet bereikbaar.

Na de middag trekken we naar het strand en genieten van het prachtig leventje dat we nu hebben. De zon doet haar uiterste best en geeft ons een aangename warmte van 27 graden.

 

maandag 6-9-2010 : kustwandeling in Morgat

Het regent pijpestelen, net nu we staan te popelen om onze eerste kustwandeling te maken. Om drie uur in de namiddag wordt ons geduld beloond. Wolken verdwijnen en het kwik stijgt al gauw boven de 20 graden. We stappen richting kust en pikken de GR34, de wit-rood gestreepte markering op. Het pad vertrekt aan de kliffen van Pointe de Morgat bij de haveningang. Het is een smal, steil verlaten wandelpad langs de kliffen en door het Bois du Kador, een dicht begroeid bos bestaande uit maritieme pijnbomen, heide, brem en varens. Een tocht voor wie van duizelingwekkende ervaringen houdt. Het pad is glibberig en gevaarlijk door de intense regenval.Gelukkig worden we beloond met enkele schitterende vergezichten op de haven van Morgat en het Ile Vierge. Ons oorspronkelijk plan om het Ile Vierge te bereiken houden we voor bekeken. De tocht is zwaar en de tijd is beperkt. We moeten dezelfde weg terugnemen want een GR (grande randonnée) is immers zelden of nooit een luspad.

 

dinsdag 7-9-2010 : Camaret en Pointe de Pen-Hir

We zijn al vroeg op. Het weer ziet er goed uit, tijd voor een daguitstap. De rugzak wordt gepakt en voor het eerst sinds onze aankomst springen we weer de auto in. We rijden naar Camaret-sur-mer, een havenstadje aan het uiteinde van de landtong. Het is een tochtje van 11 km door een overwegend rustig, glooiend groen landschap. Het dorp zelf vertoont veel gelijkenis met Morgat ; huizen met fel gekleurde gevels en langs de kade een overaanbod aan visrestaurants waar men ondanks het vroege uur nog nauwelijks een plaatsje kan bemachtigen op de terrasjes. Wij trekken verder naar de 600 meter lange dam die de haven beschermt. Aan het einde hiervan ligt de kapel Notre-Dame-de-Rocamadour. Dit was ooit een halte voor pelgrims die op weg waren naar het bedevaartsoord Rocamadour in de Lot. Achter de kapel vinden we de rode Tour Vauban die in de 17de eeuw deeluitmaakte van de versterking van de haven.

Tijd nu voor een stevige wandeling. De GR34 vertrekt aan de rand van het dorp en voert ons meteen mee naar boven voor een 6-km lange tocht richting pointe de Pen-Hir. De kust is adembenemend mooi met veel afwisseling : schitterende uitzichtpunten zoals de Pointe de Grouin en de Pointe du Toulinguet, zonnige kreken en stranden, steile rotspunten van waarop het zicht op zee duizelingwekkend is, talrijke bunkers en tenslotte nog de ruïne van het Manoir de Paul Roux een franse dichter... We naderen Pointe de Pen-Hir en het pad wordt onduidelijk, stenig en moeilijk begaanbaar. Maar we worden beloond voor onze zware inspanning. Ik geef graag toe dat deze plek uitzonderlijk mooi is. 70 meter hoge kliffen die steil neerduiken in de oceaan, een gigantisch croix de Lorraine (oorlogsmonument) en wat verderop de vermaarde rotsformaties van les Tas de Pois. Het is wellicht de meest toeristische landtong van het schiereiland. Niet te verwonderen dat steeds busladingen toeristen toestromen. Het begint stilaan te regenen waardoor we het uitzicht op de eilanden Ouessant en Molène moeten missen . Niet erg, regen en mist accentueren immers het dramatische aspect van deze plek. Tenslotte nemen we dezelfde weg terug maar dat verveelt nooit, integendeel, zo zien we het landschap en de kustlijn weer in een ander perspectief. Het is al laat wanneer we in het centrum van Camaret aankomen. Het is koud en het regent nog steeds. De thermometer geeft amper 13 graden aan.

 

woensdag 8-9-2010 : Cap de la Chèvre

Stralend weer met een aangename septemberzon. De regen en de koude van de dag voordien zijn alweer lang vergeten.Vandaag staat Cap de la Chèvre op het programma, dit is het meest zuidelijke punt van het schiereiland. De D255 vertrekt in de buurt van onze residentie en is de enige verbindingsweg met de kaap. De weg slingert 8 kilometer door desolate heidevelden met hier en daar een klein gehucht met heel mooie traditionele huizen. Rostudel is zo'n gehucht. Het ligt op slechts 500 meter van de kaap midden in een ongerept woest landschap.We lopen even door de stille, smalle, doodlopende straatjes. Er is geen mens te bespeuren.

Dit is echt wel 'het einde van de wereld'. We gaan te voet verder naar de kaap. Een beschrijving geven van het panorama is overbodig of onmogelijk. De klippen zijn tot 100 meter hoog. De GR34 stijgt en daalt waardoor het stevig aanpakken is. Als ongeoefende wandelaars nemen we niet te veel hooi op de vork en beperken ons tot een korte wandeling.

 

 

 

 

donderdag 9-9-2010 : Landevennec

Ik heb altijd al een zwak gehad voor abdijen en ruïnes. In Landevennec staat de oudste en beroemdste abdij van Bretagne, namelijk de ruïne van de Abbaye de Saint-Guénolé gesticht in 459. We komen er aan op de middag en het is er opvallend rustig. We belanden automatisch in de hoofdstraat, zowat de enige straat, en zijn meteen onder de indruk van het mooie kerkje met haar romantisch zeemanskerkhof waarvan de graven bij vloed als het ware in zee liggen. We vinden hier geen restaurants noch crêperies, alleen één simpel goedkoop hotelletje en een klein gesloten kruidenierszaakje uit grootouders tijd.. Om het dorpje nog paradijslijker te maken dan het al is groeien hier palmbomen en mimosa's wat te danken is aan het uitzonderlijk microklimaat. Aan het einde van de straat ligt de oude benedictijnenabij. Er blijft niet veel meer van over maar in het aanpalende 'Musée de l' Ancienne Abbaye' vinden we alles terug over de geschiedenis van de abdij. De vredige sfeer die hier heerst nodigt uit tot meditatie. Geen wonder dat deze plek bij de benedictijnen in de smaak viel.

 

vrijdag 10-9-2010 : Roscanvel

Onze laatste vakantiedag. We rijden naar de noordelijke landtong van het schiereiland. Hiervoor volgen we de D355 die de kustlijn van de landtong volgt. Eerste halte is Roscanvel, een lieflijk dorp. Van hieruit hebben we zicht op twee eilandjes gelegen in de baai van Roscanvel : het Ile Trébéron waarop ooit pestlijders verbannen werden en het Ile des Morts waarop ze daarna begraven werden. De tocht gaat verder naar het noordelijkste punt , de Pointe des Espagnols met een subliem uitzicht op Brest. We vervolgen de weg die steeds minder druk wordt. Er wacht ons een ruw heidelandschap met hier en daar mooi zicht op de kust en op de restanten van forten zoals het fort de Cornouaille, het fort des Capucins en het fort de la Fraternité.

 

 

 

 

 

Voor vragen of opmerkingen kan je me mailen of een bericht achterlaten in mijn gastenboek.